Geen voorschrift, geen arbeidstijd: de kantonrechter geeft duidelijkheid.
Dat in een voorschrift is opgenomen dat de werkneemster structureel 15 minuten voor aanvang en 15 minuten na afloop van haar dienst aanwezig moest zijn, is niet komen vast te staan. De kantonrechter wijst de vorderingen van de werkneemster die zijn gebaseerd op de extra gewerkte tijd van in totaal 30 minuten per dag af (ECLI:NL:RBOBR:2026:2478).
Wat speelt hier?
De werkneemster stelt dat zij bij de start van haar dienst met een voorbereide schoonmaakkar op de afdeling aanwezig moest zijn. Het voorbereiden van de schoonmaakkar kost 15 minuten. Aan het einde van de werktijd moest zij de kar naar beneden brengen, deze legen en schoonmaken. Hiermee is zij eveneens 15 minuten bezig.
De werkgever betwist dat er een verplichting bestond voor de werkneemster om 15 minuten voor aanvang en 15 minuten na afloop van de dienst aanwezig te zijn. Het is en was gebruikelijk dat een werkneemster bij de start van de dienst met de schoonmaakkar klaar stond op de afdeling waar de werkzaamheden verrichten dienen te worden, maar er was geen schriftelijke of mondelinge afspraak. Volgens de werkgever is dit vergelijkbaar met bijvoorbeeld een administratieve werknemer die op de aanvangstijd achter zijn of haar bureau moet zitten om met de werkzaamheden te kunnen beginnen. De tijd om van de ingang van het gebouw waarin wordt gewerkt tot de werkplek te lopen, hoeft volgens de werkgever niet meegerekend te worden bij de arbeidstijd. Dat is tijd die nodig is om bij de werkplek te komen.
Werkneemster beroept zich op Teleperformance uitspraak Hoge raad
De werkneemster verwijst ter onderbouwing van haar vordering van betaling van 30 minuten extra arbeid per dag naar het Teleperformance arrest van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2024: 1161). De werkgever voert aan dat in de Teleperformance zaak sprake was van schriftelijke planningsregels waarin was opgenomen dat de werknemer zich altijd 10 minuten voor aanvang van de dienst diende te melden bij de supervisor, zodat de werknemer 10 minuten later klaar zou zitten achter zijn bureau voor zijn eerste call. Dit werd gezien als een instructie van de werkgever. Wat de werknemer vervolgens in deze 10 minuten deed, deed niet meer ter zake. Door de meldplicht was de werknemer beperkt in de mogelijkheden zijn tijd aan eigen zaken te besteden. Dat maakte dat het hof van oordeel was dat de 10 minuten als arbeidstijd waren aan te merken. De Hoge Raad laat deze beslissing van het hof in stand.
Oordeel kantonrechter
De kantonrechter is van oordeel dat voorbereidende werkzaamheden (betaalde)arbeidstijd kan zijn. Hierbij geldt wel dat er sprake moet zijn van een daadwerkelijk voorschrift van de werkgever en daadwerkelijke werkzaamheden. Het is aan de werknemer om te stellen en zo nodig te bewijzen dat daarvan sprake is. In de Teleperformance zaak was in een schriftelijk reglement het voorschrift opgenomen 10 minuten voor aanvang van de dienst aanwezig te zijn.
Volgens de kantonrechter is niet komen vast te staan dat in het onderhavige geval sprake is van een voorschrift (in bijvoorbeeld een reglement) om 15 minuten voor aanvang van de dienst aanwezig te zijn om de schoonmaakkar klaar te maken en na afloop nog 15 minuten te blijven om de spullen op te ruimen. De stelplicht en bewijslast van de extra arbeidstijd en van het bestaan van een voorschrift liggen bij de werkneemster als eisende partij en daar heeft zij niet aan voldaan. Uit de verklaring van de werkgever blijkt volgens de kantonrechter enkel dat de werkneemster op tijd met de werkzaamheden moest starten en niet, zoals eiseres stelt, dat er een verplichting bestond om 15 minuten voor aanvang aanwezig zijn. Hetzelfde geldt voor de tijd die benodigd was voor de werkzaamheden na afloop van de dienst. De door de werkneemster overgelegde verklaringen zijn hiertoe – gelet op de betwisting van de werkgever – ook onvoldoende. De werkneemster heeft – gelet op de gemotiveerde betwisting van de werkgever dat er hooguit een tot vijf minuten voor de voorbereidende werkzaamheden nodig was –onvoldoende gemotiveerd dat de werkzaamheden daadwerkelijk iedere werkdag twee keer 15 minuten duurden.
Conclusie
Wanneer de werkgever de werknemer verplicht om ten behoeve van opstarttijd of uitwerktijd een bepaalde tijd eerder of langer op het werk te zijn en er gedurende die tijd werkzaamheden en/of handelingen worden verricht ten behoeve van het werk of de werkgever, dan kwalificeert die tijd al snel als arbeidstijd. De vervolg vraag is of loon over deze arbeidstijd is verschuldigd. In de Teleperformance zaak moest de arbeidstijd worden uitbetaald. In de arbeidsovereenkomst was opgenomen dat het maandsalaris wordt vastgesteld op grond van het daadwerkelijk aantal gewerkte uren. Als er geen sprake is van een daadwerkelijk voorschrift van de werkgever ligt de zaak anders.