De discretionaire bevoegdheid (vrije beslissingsruimte) van de werkgever om een bonus toe te kennen is niet onbegrensd.
Op deze bevoegdheid is onder meer de norm van goed werkgeverschap van toepassing (artikel 7: 611 BW). De rechter toetst of er sprake is van goed werkgeverschap. De werkgever kan niet zomaar besluiten een bonus niet uit te keren aan een werknemer. Dat is onzorgvuldig en in strijd met goed werkgeverschap (ECLI:NL:RBMNE:2026:1126).
Wat speelt hier?
De werknemer is in 1999 in dienst getreden bij de werkgever, laatstelijk in de functie van Head of Sales. De werknemer heeft de arbeidsovereenkomst met zijn werkgever in 2025 opgezegd. Gedurende het dienstverband van 26 jaar maakt de werknemer ieder jaar aanspraak op een bonus of commissie. Nadat de werknemer het dienstverband heeft opgezegd, weigert de werkgever een bonus over het fiscale jaar 2025 te betalen. De werknemer legt de zaak voor aan de kantonrechter.
Voortzetting van de bestaande bonusregeling
De werknemer vordert de betaling van een bonus over het fiscale jaar 2025. Die bonus baseert hij op de tussen partijen overeengekomen doelstellingen voor het fiscale jaar 2024. Er is geen nieuwe bonusregeling overeengekomen en er zijn geen nieuwe doelstellingen vastgesteld. De werkgever is daarom van mening dat zij geen bonus verschuldigd is aan de werknemer.
De kantonrechter merkt op dat:
- het feit dat er geen nieuwe doelstellingen zijn vastgesteld en/of geen nieuwe bonusregeling is overeengekomen door de werkgever niet kan worden gebruikt als verweer;
- de werknemer gedurende het dienstverband van 26 jaar ieder jaar aanspraak heeft gemaakt op een bonus of commissie;
- het gebruikelijk was dat in het geval er geen nieuwe bonusregeling werd vastgesteld, de bonusregeling van het jaar daarvoor werd voortgezet;
- voor de werknemer geen nieuwe criteria zijn vastgesteld en
- niet is aangegeven dat de bonusregeling zou komen te vervallen.
Dit betekent dat als de werkgever voor het fiscale jaar 2025 andere voorwaarden had willen overeenkomen het op haar weg lag om dit tijdig te bespreken met eiser. Dit gesprek heeft niet plaatsgevonden. De kantonrechter oordeelt dat de werknemer ervan uit mocht gaan dat zijn bonusregeling voor het fiscale jaar 2024 zou worden voortgezet.
Werkgever kan zich niet beroepen op de discretionaire bevoegdheid in de bonusregeling
De werkgever beroept zich op de discretionaire bevoegdheid zoals opgenomen in de bonusregeling van 2024.
De kantonrechter merkt op dat:
- de bonusregeling geen (duidelijke) criteria geeft voor matiging of het niet toekennen van een bonus en
- de werkgever niet inzichtelijk heeft gemaakt welke objectieve criteria zij hiervoor hanteert.
Het argument van werkgever dat er sprake is van een slechte financiële situatie en dat aan niemand van de directie (waartoe ook de werknemer behoorde) een bonus over 2025 is uitgekeerd, betekent nog niet dat de werkgever zomaar kan besluiten dat zij aan eiser (ook) geen bonus uitkeert. De kantonrechter oordeelt dat dit onzorgvuldig is en in strijd met goed werkgeverschap. Het gebruik van de discretionaire bevoegdheid is niet onbegrensd.
Conclusie
Werkgevers mogen dus niet zomaar gebruik maken van zo’n discretionaire bevoegdheid. Om de toets van de rechter te kunnen doorstaan, is het verstandig om duidelijk te communiceren over de bonusregeling en de discretionaire bevoegdheid transparant te maken. Ook zijn zorgvuldige en tijdige communicatie van belang. Zorg er ook voor dat het besluit duidelijk en deugdelijk is gemotiveerd. Het toepassen van de bonusregeling moet in lijn zijn met goed werkgeverschap.