11 maart 2026

Jurisprudentie: 'Overstap naar nieuwe roostermethodiek'

Gabriëlle Verberne
thema-arbeidsrecht

Welk belang weegt zwaarder? Van de bestuurder of van de ondernemingsraad?

Overstappen naar een andere roostermethodiek
De bestuurder vraagt op grond van artikel 27 van de WOR de OR instemming om over te stappen van normroosteren naar meeroosteren. In het normroostersysteem vormt een jaarlijkse normrooster de basis voor het maandelijkse rooster. Bij het opstellen van het maandrooster wordt rekening gehouden met de bijzonderheden en wensen van individuele werknemers. In het meeroostersysteem komt het maandelijkse rooster in drie rondes tot stand.

In de eerste ronde geven de werknemers hun wensen en voorkeuren op voor drie maanden. In de tweede ronde maakt het team met elkaar het rooster kloppend door eventuele gaten in te vullen. In de derde ronde maakt de teamleider het rooster sluitend als dat nodig is, waarbij de planner adviseert. De OR weigert de instemming, de bestuurder stapt naar de rechter voor vervangende toestemming. De kantonrechter wijst dit verzoek toe omdat de bezwaren van de OR minder zwaar wegen dan het belang van de bestuurder (ECLI:NL:RBMNE:2026:592).

Artikel 27 van de WOR, hoe zat het ook alweer?
In artikel 27 van de Wet op de Ondernemingsraad (WOR) staan de regelingen waarvoor de instemming van de ondernemingsraad (OR) nodig is limitatief opgesomd. Zonder instemming van de OR kunnen deze regelingen niet worden ingevoerd, ingetrokken of gewijzigd. Weigert de OR instemming te verlenen dan moet de bestuurder naar de rechter om vervangende toestemming te krijgen. Procedures over het instemmingsrecht worden niet gevoerd bij de Ondernemingskamer maar bij de kantonrechter. De kantonrechter zal vervangende instemming verlenen wanneer de weigering van instemming onredelijk is of wanneer zwaarwegende bedrijfsorganisatorische, bedrijfseconomische of bedrijfssociale redenen het besluit vergen.

Belangenweging door de kantonrechter
De over en weer aangevoerde argumenten moeten worden gewogen, hierbij gaat het om een afweging van de argumenten die de bestuurder en de OR naar voren hebben gebracht. Wanneer de argumenten van de OR zwaarder wegen, zal het verzoek van de bestuurder worden afgewezen. Wanneer de argumenten van de bestuurder zwaarder wegen, is het besluit van de OR om geen instemming te geven onredelijk. In dat geval zal op die grond vervangende toestemming worden verleend. Als de argumenten even zwaar wegen, zal het verzoek worden afgewezen, tenzij de bestuurder kan aantonen dat voornoemde zwaarwegende bedrijfsbelangen noodzaken tot vervangende toestemming. De kantonrechter moet de situatie beoordelen ten tijde van de instemmingsaanvraag- en weigering. Nieuwe omstandigheden die zich daarna hebben voorgedaan, worden dus niet in de beoordeling betrokken.

De door partijen aangevoerde belangen en argumenten
Partijen hebben afgesproken dat voor het invoeren van meeroosteren noodzakelijk is dat de gevraagde dienstverlening en de beschikbare capaciteit in evenwicht is en dat een rekenmodel wordt gebruikt om dit in beeld te brengen. Daarnaast zijn afspraken gemaakt over de vereisten om een team over te kunnen laten stappen naar meeroosteren:

  • de gevraagde dienstverlening moet aantoonbaar in evenwicht zijn met de beschikbare capaciteit. Dit betekent dat het rekenmodel actueel en kloppend moet zijn; en tenminste 66% van het team wil overstappen.
  • De bestuurder zegt dat aan deze vereisten is voldaan. Volgens de OR is niet aan het eerste vereiste voldaan en ook als wel aan beide vereisten zou zijn voldaan, vindt de OR dat dit niet zonder meer betekent dat hij zou moeten instemmen.

De belangen
De OR heeft zorgen over de capaciteit, met name in de maanden januari tot en met maart 2026. De bestuurder heeft aangevoerd dat juist in de maanden januari-maart vrij weinig verlofaanvragen worden gedaan, zodat de onderbezetting eenvoudiger is op te vangen. Dat is door de OR niet weersproken. Ook voert de bestuurder aan dat onderbezetting bij meeroosteren niet tot grotere problemen leidt dan bij normroosteren. De OR heeft ook zorgen over druk op werknemers, maar kon niet onderbouwen waar beschermende maatregelen tekort zouden schieten.

De bestuurder heeft als grootste belang voor invoering van meeroosteren naar voren gebracht dat het zowel haar wens als de wens van 88% van het team is om over te gaan op meeroosteren. Voor de werknemers brengt deze manier van roosteren meer flexibiliteit en daarmee een betere werk/privé-balans met zich mee, omdat zij bij het meeroosteren meer invloed hebben op hun eigen roosters.

Kantonrechter: het belang van de bestuurder weegt zwaarder
Het belang van de bestuurder dat het meeroosteren wordt ingevoerd weegt gelet op de wens van de overgrote meerderheid van team zwaarder, dan de bedenkingen van de Ondernemingsraad over de capaciteit die niet iedere maand voldoet. Gelet op de zwaarder wegende belangen van de bestuurder is de beslissing van de Ondernemingsraad om niet in te stemmen met de overgang naar het meeroosteren binnen team onredelijk geweest. Omdat de argumenten van de bestuurder zwaarder wegen, wordt aan beoordeling van de door de bestuurder nog benoemde zwaarwegende bedrijfsorganisatorische en/of bedrijfssociale redenen niet meer toegekomen. Het verzoek van de bestuurder om vervangende toestemming te verlenen om binnen team over te gaan op meeroosteren zal daarom worden toegewezen. Daarbij geldt dat de datum van invoering afhankelijk is van hoe snel dit intern kan worden georganiseerd. Aldus de kantonrechter.

Conclusie
Het instemmingsrecht van de OR is een sterk middel om invloed uit te oefenen. Verleent een OR geen instemming, dan heeft een bestuurder drie opties: namelijk afzien van het besluit, het besluit aanpassen of om vervangende toestemming vragen bij de kantonrechter. De kantonrechter weegt de argumenten van de OR af tegen de argumenten van de bestuurder (redelijkheidstoets). Wegen de argumenten even zwaar, dan verleent de kantonrechter de vervangende instemming niet, tenzij er sprake is van zwaarwegende bedrijfsbelangen.