05 november 2026

Jurisprudentie: Deepfakes van collega’s en onjuiste integriteitsverklaring

Irma Visser
thema-arbeidsrecht

Een werknemer maakt en verspreidt pornografische deepfakes van onder meer collega’s, verzwijgt dit bij zijn nieuwe werkgever en vult zijn integriteitsverklaring onjuist in.

Toch geen ontslag op staande voet?!
Het gegeven ontslag op staande voet houdt echter geen stand. De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst wel per direct wegens ernstig verwijtbaar handelen. De werkgever moet daardoor alsnog bijna vijf maanden loon betalen.

Wat speelde er?
De werknemer heeft tijdens een eerder dienstverband pornografische deepfake-afbeeldingen gemaakt en verspreid. Zonder toestemming gebruikte hij foto’s van bestaande personen, onder wie collega’s, en monteerde hun gezichten op pornografische beelden. Begin 2025 is hij hiervoor door de politie aangehouden. Kort daarna treedt hij in dienst bij de werkgever, een financiële onderneming. Bij indiensttreding ondertekent hij een integriteitsverklaring waarin hij verklaart niet betrokken te zijn geweest bij strafbare feiten of handelingen die in strijd zijn met een integere bedrijfsvoering. Over de deepfakes en zijn aanhouding informeert hij zijn nieuwe werkgever niet.

Ruim een jaar later kwam de kwestie aan het licht. Twee slachtoffers dienden AVG-verzoeken in vanwege zorgen over de mogelijke toegang van de werknemer tot hun persoonsgegevens. Eén van de eerdere slachtoffers is inmiddels bovendien bij dezelfde organisatie gaan werken. Nadat een journalist de werknemer op de werkvloer met de kwestie confronteert, blijkt een nieuw onlineaccount met vergelijkbare beelden te bestaan. De werknemer ontkent dat dit account van hem is. De werkgever stelt hem op non-actief en ontslaat hem op 27 mei 2026 op staande voet.

Waarom houdt het ontslag op staande voet geen stand?
De kantonrechter Limburg stelt voorop dat de aan het ontslag ten grondslag gelegde feiten ernstig zijn. Toch wordt volgens de kantonrechter niet voldaan aan de zware maatstaf voor ontslag op staande voet van artikelen 7:677 en 7:678 BW. Daarbij weegt mee dat ontslag op staande voet een ultimum remedium is.

Van belang is dat onvoldoende kan worden vastgesteld dat de werknemer ná zijn eerdere aanhouding is doorgegaan met het vervaardigen en verspreiden van deepfakes. Daarvoor zijn er wel aanwijzingen, maar volgens de kantonrechter moet deze betrokkenheid bij het nieuwe account met een redelijke mate van zekerheid vaststaan. Daarvoor is nader onderzoek nodig. Daarnaast is de werknemer al op non-actief gesteld. Zijn aanwezigheid op de werkvloer en daarmee de acute situatie is dus al beëindigd. De werkgever kon vervolgens direct een ontbindingsprocedure starten. Een onmiddellijke beëindiging door ontslag op staande voet is daarom volgens de kantonrechter niet noodzakelijk. Het ontslag op staande voet wordt vernietigd.

Ontbinding wegens verwijtbaar handelen wél gerechtvaardigd
Dat betekent niet dat het dienstverband kan worden voortgezet. De rechter ontbindt de arbeidsovereenkomst op grond van verwijtbaar handelen of nalaten als bedoeld in artikel 7:669 lid 3 onder e BW. Daarbij weegt onder meer mee dat de werknemer zelf de deepfakes heeft gemaakt en openbaar heeft verspreid. Hij heeft moeten voorzien dat dergelijke beelden op internet kunnen blijven circuleren. De gevolgen werken bovendien door in zijn nieuwe dienstverband. Eén slachtoffer is inmiddels zijn collega en andere slachtoffers maken zich zorgen over zijn mogelijke toegang tot hun persoonsgegevens.

Ook het verzwijgen bij indiensttreding wordt de werknemer zwaar aangerekend. Volgens de kantonrechter heeft hij de werkgever uit eigen beweging moeten informeren. In plaats daarvan ondertekende hij een integriteitsverklaring waarin hij verklaart niet betrokken te zijn geweest bij strafbare feiten of niet-integer handelen. De rechter benadrukt daarbij dat integriteit niet uitsluitend betrekking heeft op financiële integriteit of op feiten waarvoor iemand strafrechtelijk is veroordeeld. Het maken van seksuele deepfakes zonder toestemming is strafbaar en het gebruik van beelden van collega’s kwalificeert volgens de kantonrechter als evident niet-integer handelen. Uit de opstelling van de werknemer blijkt bovendien onvoldoende dat hij de gevolgen van zijn handelen voor de slachtoffers volledig onderkent.

Ernstig verwijtbaar handelen
De combinatie van het vervaardigen en verspreiden van de beelden, het verzwijgen daarvan, de onjuiste integriteitsverklaring en het onvoldoende nemen van verantwoordelijkheid kwalificeert de kantonrechter als ernstig verwijtbaar handelen.

De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst per direct. Vanwege het ernstig verwijtbare handelen heeft de werknemer geen recht op een transitievergoeding. Ook een billijke vergoeding wordt niet toegekend.

Loon doorbetalen
Doordat het ontslag op staande voet wordt vernietigd, is de arbeidsovereenkomst juridisch blijven bestaan tot de ontbindingsdatum. De werkgever moet daarom alsnog het loon betalen over deze periode plus wettelijke rente. De wettelijke verhoging wordt op nihil gesteld. Hoewel de werkgever volgens de kantonrechter voor een onjuiste wijze van beëindiging heeft gekozen, komen de feiten die tot het einde van het dienstverband leiden volledig voor rekening van de werknemer. Omdat hij overwegend in het ongelijk wordt gesteld, wordt hij veroordeeld tot betaling van de proceskosten.

Conclusie
Het is niet ongebruikelijk na een ontslag op staande voet een ontbindingsverzoek voor zover vereist te doen om het risico dat het dienstverband niet is geëindigd te beperken. In deze zaak heeft de werkgever dat niet gedaan en vordert de werknemer vernietiging van het ontslag op staande voet. De uitspraak maakt het onderscheid tussen de dringende reden, verwijtbaar handelen en ernstig verwijtbaar handelen duidelijk. Hoewel hier overduidelijk sprake is van verwijtbaar handelen is niet voldaan aan de overige vereisten. Niet alleen de ernst van het gedrag, maar ook het kunnen bewijzen daarvan en de noodzaak van onmiddellijke beëindiging moeten aanwezig zijn. De werkgever moet daardoor nog zo’n vijf maanden loon doorbetalen.

Kleine opsteker is dat de werknemer wordt veroordeeld in de proceskosten en alle vorderingen voor vergoedingen worden afgewezen.