Reinier Rutjens (WENB): 'Samen de bakens verzetten?'

"We moeten in Nederland de bakens verzetten", aldus Hans Borstlap. Werk is essentieel voor de economische welvaart, de maatschappelijke samenhang én ons sociale welbevinden. De Nederlandse arbeidsmarkt lijkt heel flexibel, maar dat geldt maar voor een deel ervan. In een beweeglijke (arbeids)markt is wendbaarheid cruciaal. Het vergroten van de wendbaarheid van organisaties en mensen realiseren we door het vergroten van de weerbaarheid van alle werkenden.

Reinier 12 - 400 px

Vorige week verscheen het rapport van de Commissie Regulering van Werk van de Commissie Borstlap. Zoals de titel van de commissie al verraadt, stelt Borstlap een nieuwe en betere regulering van werk voor. Daarvoor moeten we de bakens verzetten. Hij formuleert vier vereisten:

  • wendbaarheid
  • duidelijkheid
  • weerbaarheid
  • wederkerigheid

Deze vereisten worden ondersteund door een breed fundament, dat zorgt voor bescherming, toerusting en een gelijker speelveld voor alle werkenden. Het rapport geeft vijf bouwstenen en omvat een reeks concrete voorstellen; én een oproep om een alliantie te vormen om de geschetste richting uit te werken.

Weinig verrassend viel heel polderend en politiek Nederland over bepaalde voorstellen van de commissie: de linkse partijen en de vakbonden (vooral de nieuwe CNV-voorzitter trok hard van leer) over het vergemakkelijken van ontslag. Maar ook VNO/MKB over het verdwijnen van fiscale voordelen voor ondernemers. Zzp-organisaties over het inperken en duurder maken van flexwerk.
Iedereen zocht en vond wel een doelwit in het rapport om op te schieten. Dat is jammer, want het is een verstandig rapport, dat aanknopingspunten biedt voor een betere werking van de arbeidsmarkt en voor een eerlijke verdeling van individuele én maatschappelijke risico’s.

Nu de kruitdampen van de inleidende beschietingen zijn opgetrokken, wordt het zicht op de perspectiefvolle elementen van het advies helder. Drie punten wil ik eruit lichten:

  1. We kunnen constateren dat iedereen in Nederland het er intussen wel over eens is dat de flexibilisering van de arbeid is doorgeschoten, vooral aan de basis van de arbeidsmarkt.
    Borstlap gaat wat ver als hij het vaste werknemerscontract als 'de nieuwe norm' definieert, maar een gelijker speelveld tussen vast en flex moet er wél komen. Nu vindt er prijsconcurrentie plaats tussen de verschillende contract- en werkvormen. Naast het inperken en hoger beprijzen van flexwerk stelt hij voor om het ontslag gemakkelijker te maken.

  2. De commissie constateert - terecht - dat de risico’s die zelfstandigen en flexwerkers nu lopen ook collectieve risico’s zijn. Het zzp-schap beperkt het verdienvermogen van Nederland door gebrek aan innovatie en (persoonlijke) ontwikkeling. Het draagvlak en daarmee de draagkracht van collectieve voorzieningen wordt verzwakt, doordat steeds grotere groepen werkenden hieraan geen bijdrage leveren. Denk hierbij aan arbeidsongeschiktheidsvoorzieningen of pensioen. Hij pleit dan ook voor een basis van collectieve voorzieningen tegen arbeidsrisico’s voor vast én flex.

  3. Tenslotte benoemt Borstlap expliciet het risico van kennisveroudering bij alle werkenden. Daarmee legt hij de vinger op de zere plek: dit risico is niet alleen groot voor flexibel of zelfstandig werkenden, maar ook voor werknemers met een vast contract. En daarmee is het een maatschappelijk en sociaaleconomisch probleem, want 'de wereld van werk' verandert snel, o.a. door globalisering, automatisering en digitalisering. En daar ligt volgens mij de sleutel: maak werk van doorlopende opleiding en ontwikkeling van alle werkenden.

Ik stel voor:

  • Investeer als samenleving door een ruim individueel opleidingsbudget te bieden,
  • faciliteer en stimuleer als werkgevers royaal het gebruik hiervan,
  • én kom als werkenden in actie!

Dat maakt mensen weerbaar en levert uiteindelijk de gewenste duurzame wendbaarheid op voor bedrijven en werkenden.

Hans Borstlap geeft richting aan het herontwerp van de regels rond het werk en doet een oproep om hieraan in een brede maatschappelijke alliantie mee te werken. Vanuit de WENB pakken wij deze handschoen graag op. We beginnen met een kennissessie in april 2020, over de aanbevelingen van de Commissie Borstlap. Dan inventariseren we hoe de leden van de WENB vanuit de praktijk tegen deze voorstellen aankijken en wat dit betekent voor de arbeidsvoorwaardenontwikkeling en onze toekomstige cao’s. Wellicht kunnen we samen de bakens verzetten?

Reinier Rutjens