26 maart 2026

Afbakening tussen wanneer je werknemer bent en wanneer zzp’er

Gabriëlle Verberne
Gabriëlle Verberne - 765x300px

De weg naar een scherpe afbakening tussen werknemer en zzp’er is ‘a bumpy road’.

Komt met het invoeren van de Zelfstandigenwet in combinatie met het rechtsvermoeden van werknemerschap hier een einde aan?

In het coalitieakkoord 'Aan de slag, Bouwen aan een beter Nederland', dat op 30 januari 2026 werd gepresenteerd, staat dat het kabinet zo snel mogelijk de Zelfstandigenwet wil invoeren. Het kabinet wil de steeds groter wordende groep zelfstandig werkenden de ruimte en duidelijkheid geven die ze verdienen. Deze groep hoort bij de moderne arbeidsmarkt waarin de wens naar autonomie toeneemt. Het kabinet beoogt duidelijkheid te bieden door het rechtsvermoeden van werknemerschap uit het wetsvoorstel Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (Vbar) te combineren met de Zelfstandigenwet. Je leest hierover meer in Vbar - stand van zaken maart 2026 (pdf).

Het wetsvoorstel Vbar is vorig jaar al ingediend bij de Tweede Kamer, terwijl de Zelfstandigenwet nog een uitgewerkt initiatiefvoorstel is. Als minderheidskabinet heeft het de steun van oppositiepartijen nodig. Hierdoor is het wetgevingsproces omgeven met onzekerheden.

Voorlopig wordt het kwalificeren van arbeidsrelaties gebaseerd op de wettelijke definitie van de arbeidsovereenkomst (arbeid, loon en gezag) en op de criteria die de Hoge Raad heeft uitgewerkt in onder meer het Deliveroo- en Uber-arrest. Onlangs deed het hof Amsterdam uitspraak over de rechtspositie van Uber‑chauffeurs. Eerder was de Hoge Raad door het hof gevraagd hoe het begrip ondernemerschap moet worden gewogen binnen het Deliveroo‑toetsingskader en in hoeverre een rechter de arbeidsrelatie van een volledige groep werkenden in één procedure kan beoordelen. Hierover lees je meer in ons artikel “Geen rangorde in de deliveroo gezichtspunten”.

Een jaar later komt het hof tot de uitspraak dat deze zes Uber-chauffeurs in overwegende mate als ondernemers opereren. Factoren die hierbij onder meer van belang zijn: de hoogte van de investeringen die de chauffeurs deden (zoals voor hun auto), de vrijheid in het kiezen van de tijdstippen waarop ze werken, de strategie bij het wel of niet accepteren van ritten en de daarbij behorende verdiensten, en het risico op aansprakelijkheid en arbeidsongeschiktheid. Het hof benadrukt dat geen algemeen oordeel kan worden gegeven over alle Uber‑chauffeurs omdat de kwalificatie steeds afhankelijk is van de concrete feiten en omstandigheden van de individuele werker.

De kwalificatie van een arbeidsovereenkomst is en blijft voorlopig nog maatwerk. Vooralsnog is er geen einde aan de ‘bumpy road’ op weg naar een scherpe afbakening tussen werknemer en zelfstandig werkende. Wordt vervolgd!